BENT U VERPLICHT ELKAARS FISCAAL PARTNER?

Publicatie datum: 14 september 2020 11:00
Als u een fiscaal partner hebt, kan dit gevolgen hebben voor de inkomstenbelasting die u moet betalen of terugkrijgt. Of u een fiscaal partner hebt, hangt af van uw situatie. In de volgende situaties wordt u verplicht aangemerkt als fiscaal partner:
  • Gehuwden en geregistreerd partners;
  • Samenwoners, die op hetzelfde adres in de GBA zijn ingeschreven en een notarieel vastgelegd samenlevingscontract hebben;
  • Samenwoners, die op hetzelfde adres in de GBA zijn ingeschreven en samen een kind hebben;
  • Samenwoners, die op hetzelfde adres in de GBA zijn ingeschreven en gemeenschappelijk een eigen woning hebben;
  • Samenwoners, die op hetzelfde adres in de GBA zijn ingeschreven en waarvan ten minste één van beiden in de pensioenregeling van de ander als partner is aangemerkt.

REDENEN VOOR PARTNERSCHAP

Wanneer u een fiscaal partner heeft, doet u gezamenlijk aangifte inkomstenbelasting. Hierdoor kunt u bepaalde aftrekposten en vermogens onderling verdelen. Denk hierbij aan de hypotheekrenteaftrek of aan de heffingsvrije grens bij het vermogen in box 3. Dit zorgt ervoor dat u mogelijk minder belasting verschuldigd bent.

EINDE PARTNERSCHAP

  • Gehuwden en geregistreerd partners

Het fiscaal partnerschap eindigt op het moment dat u niet langer op hetzelfde adres staat ingeschreven volgens de GBA én een verzoek tot echtscheiding, respectievelijk tot scheiding van tafel en bed heeft ingediend.

  • Samenwoners

Het fiscaal partnerschap eindigt wanneer u niet langer op hetzelfde adres staat ingeschreven volgens de GBA.

Wanneer u gedurende het jaar uit elkaar gaat, kunt u er voor dat jaar voor kiezen om het gehele jaar te worden beschouwd als fiscaal partner.

DE EIGEN WONING BIJ ECHTSCHEIDING

Op het moment dat het fiscaal partnerschap eindigt zal het nodige wijzigen. Zo ook omtrent de eigen woning.

Verlaat u de eigen woning? Dan kunt u de eigen woning nog maximaal twee jaar als eigen woning aanmerken. U mag de hypotheekrente, afhankelijk van uw deel van het eigendom, blijven aftrekken. Deze tweejaarstermijn vangt aan op het moment dat u de woning verlaat en de woning niet langer als uw hoofdverblijf kan worden aangemerkt.

WAARDERING VERHUURD ONROEREND GOED IN BOX 3 NIET TEGEN WOZ-WAARDE

Bent u in het bezit van verhuurd onroerend goed? Dan wordt hierover in beginsel belasting geheven in box 3. Tenzij sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer. In dat geval worden de opbrengsten uit de verhuur belast als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de waardering van verhuurd onroerend goed in box 3.

WAARDERING VERHUURD ONROEREND GOED

De WOZ-waarde van het verhuurd onroerend goed vormt het uitgangspunt voor de waardering in box 3. Echter mag voor verhuurde woningen rekening worden gehouden met de leegwaarderatio. In feite wordt de WOZ-waarde gecorrigeerd. De WOZ-waarde wordt vermenigvuldigd met de leegwaarderatio. Deze ratio wordt bepaald door de jaarhuur af te zetten tegen de WOZ-waarde (zie hiervoor onderstaande tabel).

Let op! Indien sprake is van een onzakelijke huur, wordt uitgegaan van een huur van 3,5% van de WOZ-waarde. 





WOZ-waarde van een box 3-woning bedraagt € 250.000. Hierover is, afhankelijk van de hoogte van het overige box 3-vermogen, € 1.340 tot € 3.960 aan inkomstenbelasting verschuldigd.

Stel dat deze woning wordt verhuurd. De maandelijkse huur van de woning bedraagt € 800. De jaarhuur bedraagt dan 3,84% van de WOZ-waarde. De leegwaarderatio bedraagt volgens de tabel in dat geval 62%. De in box 3 in aanmerking te nemen waarde is dus € 155.000 (€ 250.000 x 62%). Hierover is € 831 tot € 2.455 aan inkomstenbelasting verschuldigd, een besparing van € 509 tot € 1.505.