Nieuws

SCHENK- EN ERFBELASTING BIJ VERDELING HUWELIJKSVERMOGENSGEMEENSCHAP

3 oktober 2017

Op Prinsjesdag is meer duidelijkheid gegeven omtrent de vraag wanneer schenk- en erfbelasting aan de orde is bij het aangaan of wijzigen van huwelijksvoorwaarden in relatie tot het nieuwe huwelijksvermogensrecht dat per 1 januari 2018 in werking zal treden.

 

VERDELING HUWELIJKSVERMOGENSGEMEENSCHAP

Onder het huidige recht geldt dat wanneer echtgenoten trouwen zonder het maken van huwelijksvoorwaarden een wettelijke gemeenschap van goederen ontstaat. Dit betekent dat in beginsel nagenoeg al het vermogen van de echtgenoten gemeenschappelijk wordt. Zoals wij eerder hebben bericht, treedt per 1 januari 2018 het nieuwe huwelijksvermogensrecht in werking. Na inwerkingtreding van het nieuwe huwelijksvermogensrecht zal voorhuwelijks privévermogen en vermogen dat krachtens erfrecht of schenking is verkregen in de regel buiten de gemeenschap van goederen blijven. Voor huwelijken die vóór 1 januari 2018 gesloten zijn, blijft het huidige systeem gelden.


Inmiddels heeft de wetgever zich gebogen over de fiscale gevolgen voor de schenk- en erfbelasting ten aanzien van het aangaan of wijzigen van huwelijksvoorwaarden in relatie tot het nieuwe huwelijksvermogensrecht. Een en ander resulteert in de invoering van de nieuwe bepalingen in de Successiewet 1956 waarin meer duidelijkheid wordt gegeven omtrent de vraag wanneer schenk- en erfbelasting aan de orde is.


De voorgestelde wijzigingen zien niet alleen op gehuwde personen en geregistreerde partners in de zin van het geregistreerd partnerschap, maar ook op ongehuwd samenwonende personen die een notarieel samenlevingscontract zullen aangaan of wijzigen.


Als hoofdregel zal gelden dat het aangaan of wijzigen van huwelijksvoorwaarden slechts leidt tot schenk- of erfbelasting voor zover de gerechtigdheid van de minst vermogende tot het totale vermogen meer dan 50% wordt of de gerechtigdheid van de meest vermogende tot het totale vermogen toeneemt.


Deze regel zal in gelijke zin gelden voor afspraken in huwelijksvoorwaarden die pas werking zullen hebben bij het overlijden van een van de echtgenoten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een finaal verrekenbeding werkend bij overlijden. Wel dient men dan (ook) nog bedacht te zijn op andere mogelijke gevolgen voor de erfbelasting volgens de Successiewet 1956.

 

NAVORDERING VAN SCHENK- EN ERFBELASTING

Navordering wordt ook mogelijk indien in verband met een vermindering van een belastingaanslag een navorderingsaanslag aan dezelfde verkrijger moet worden opgelegd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Daarnaast zal de termijn veranderen waarbinnen een inspecteur een aanslag schenkbelasting kan opleggen. Deze wijzigingen sorteren direct effect.

 

MEER WETEN?

Wilt u meer weten over de voorgestelde wijzigingen en wat dit voor u betekent? Neem dan contact met uw contactpersoon bij Administratiekantoor Hermans.

Bel voor vragen of een afspraak 073 - 692 64 64

Vragen? Wij helpen u graag!

Neem contact met ons op.